Ouderen in woonzorgcentra hebben steeds vaker mentale en psychische zorg nodig. Toch ligt de nadruk nog heel erg op lichamelijke zorg. De Hoge Gezondheidsraad heeft daarom een advies uitgebracht om het psychosociaal welzijn van ouderen in woonzorgcentra te verbeteren. De raad vraagt bijzondere aandacht voor bewoners met een psychiatrische kwetsbaarheid of een neurocognitieve stoornis, zoals Alzheimer of een andere vorm van dementie.
Psychische noden blijven onder de radar
De Hoge Gezondheidsraad stelt vast dat het psychosociale aspect nog te weinig aandacht krijgt in de woonzorgcentra. Ondanks de vele inspanningen van de aanwezige medewerkers, kunnen de bewoners niet altijd voldoende ondersteund worden in hun vaak complexe zorgnoden.
De opleidingen die zorgverleners vandaag krijgen, besteden er niet genoeg aandacht aan, zijn onvoldoende gespecialiseerd of duren niet lang genoeg.
Meer aandacht voor de bewoner als persoon
Een persoonsgerichte benadering is volgens de Hoge Gezondheidsraad nodig om de kwaliteit van zorg, wonen en leven in woonzorgcentra te verbeteren. Dat is een aanpak die rekening houdt met de individuele levensgeschiedenis, voorkeuren en behoeften van de persoon.
De raad pleit er ook voor om naasten en mantelzorgers te betrekken bij de planning en opvolging van zorg en activiteiten. Daarnaast raadt ze ook aan om de voorzieningen open te stellen, zodat de bewoners in contact kunnen blijven met het leven buiten het woonzorgcentrum.
De Vlaamse Ouderenraad steunt die visie. In ons advies Inspraak en participatie in de woonzorgcentra pleiten we voor meer inspraak van de bewoners: in grote, maar ook in kleine, dagelijkse beslissingen. Vanzelfsprekende zaken, zoals kunnen kiezen welke kleren je aandoet, aan welke activiteit je deelneemt of wat je eet, geeft bewoners meer grip op hun eigen leven. Dat kan hun mentaal welzijn verbeteren. In hetzelfde advies bevelen we ook aan om de buurt binnen te trekken in het woonzorgcentrum. Voorzieningen mogen immers geen eilanden zijn, maar moeten maximaal deel uitmaken van het sociale weefsel van de buurt.
Anders kijken naar medicatie
Een andere aanbeveling van de Hoge Gezondheidsraad is om bewoners systematisch te screenen op psychische en neurocognitieve kwetsbaarheden. Daardoor kunnen ze sneller specifieke zorg en ondersteuning op maat krijgen. Dat zou zeker moeten gebeuren bij de intake van nieuwe bewoners. Maar ook later is het nuttig om zo’n screening te voorzien, of een gesprek om na te gaan of de aangeboden zorg en ondersteuning nog steeds de juiste is.
De Hoge Gezondheidsraad vraagt tenslotte een bewuster en zorgvuldiger gebruik van medicatie. Zo kan medicatie voor psychische en neurocognitieve aandoeningen heel wat bijwerkingen hebben, zoals een groter risico op vallen. Een project als POOMAH, dat het medicatiebeleid in woonzorgcentra wil verbeteren, is alvast een stap in de goede richting. De Hoge Gezondheidsraad breekt een lans voor meer relationele zorgmodellen naast medicatie. Activiteiten die bewoners op verschillende manieren stimuleren, zoals muziektherapie, beweging of aromatherapie, hebben een wetenschappelijk aangetoond gunstig effect, zonder bijwerkingen.
Nood aan een structurele cultuuromslag
De Hoge Gezondheidsraad pleit dus voor een radicaal andere kijk op de zorg en ondersteuningsnoden van ouderen in woonzorgcentra: een holistische visie die alle noden in rekening neemt. Een aanpak die breed inzet op verschillende vormen van aangepaste zorg en vertrekt van de oudere als persoon. Die manier van kijken is volgens de Hoge Gezondheidsraad nodig op alle niveaus: van de opleiding van zorgverleners tot de regelgeving en de financiering.
Lees het volledige advies van de Hoge Gezondheidsraad
Lees het advies van de Vlaamse Ouderenraad over inspraak en participatie in de woonzorgcentra
© foto: Cyriel Van Weynsberghe