GESCHIEDENIS

Sinds de jaren '70 overlegden de klassieke verenigingen van gepensioneerden jaarlijks met elkaar in het Overlegcomité van Vlaamse Gepensioneerdenorganisaties (OVG). Van daaruit werd de Week van de Derde Leeftijd georganiseerd, tegenwoordig bekend als de Ouderenweek, oorspronkelijk een initiatief van het Verbond van Senioren (nu: FedOS).

 

Vanaf 1983 ontstonden verschillende andere initiatieven en organisaties voor ouderen, zoals de Seniorenbeweging, de Dienstencentra, de Grijze Panters, Senioren in beweging, … Het Seniorenplatform presenteerde zich als een platform voor de niet-zuilgebonden bewegingen, bij wijze van alternatief voor het OVG. De nieuwe organisaties en initiatieven vonden weerklank in de pers, onder meer door hun strijdvaardige opstelling en uitgesproken politieke stellingnames.

 

Deze evolutie leidde ertoe dat het OVG zich openstelde voor de kleinere en nieuwe organisaties om zo tot een gezamenlijk overleg te komen. Dit resulteerde in een door het OVG georganiseerde inspraakdag te Wachtebeke op 11 oktober 1993, waarbij de 7 klassieke verenigingen de andere organisaties uitnodigden tot een bredere samenwerking. Het Vlaams Ouderen Overleg Komitee (OOK) was geboren. De omvorming van het OVG tot OOK werd officieel voorgesteld, waarbij het OOK zou fungeren als woordvoerder van alle ouderen. Op basis van deze inspraakdag werd een 10-puntprogramma gelanceerd, dat onderschreven werd door elke ouderenorganisatie die lid werd van het OOK.

 

Het OOK werd als spreekbuis van ouderen enthousiast onthaald door de overheid. Op het Vlaams Welzijnscongres ‘Ouderen in solidariteit’ in november 1993 werd het OOK officieel erkend door toenmalig Vlaams minister van Welzijn Wivina De Meester. Ook Vlaams minister van Cultuur Weckx erkende het OOK als representatieve gesprekspartner. Toen Luc Martens Vlaams minister van Welzijn en Cultuur was, kende hij als eerst een structurele subsidie toe aan het OOK. Op federaal niveau kwam er erkenning doordat voormalig minister Willockx (Pensioenen) bij de oprichting van het Raadgevend Comité voor de Pensioensector in het Koninklijk besluit liet inschrijven dat alle leden voor Vlaanderen door de Minister benoemd worden op voorstel van de OOK-koepel.

 

Bij de oprichting van het OOK werd ook komaf gemaakt met allerhande modieuze, oubollige of wollige termen om de doelgroep te benoemen, zoals bejaarden, derde leeftijders, driemaal twintigers, plussers, ouden van dagen, minder jonge mensen, ... Het OOK opteerde ervoor om hen simpelweg 'ouderen' te noemen, een internationale term die niet tijdsgebonden is, maar ook een term die de hele groep aanduidt.

 

Op 13 december 1994 werd het ‘Vlaams Ouderen Overleg Komitee’ omgevormd tot vzw met als doelstelling door overleg, samenwerking en beleidsadvies de welvaart en het welzijn van de ouderen en de werking van de deelnemende organisaties te bevorderen, met respect voor de eigenheid van iedere organisatie.

 

Tot eind 2001 werd het secretariaat van het OOK beurtelings waargenomen door de grotere organisaties. Dankzij Vlaams minister van Welzijn Mieke Vogels kon op 1 december 2001 het OOK starten met een onafhankelijk secretariaat. Ondertussen nam het OOK de organisatie van het tweejaarlijkse ‘Ouderenparlement’ over, oorspronkelijk een initiatief van Impact vzw en de Seniorenbeweging.

 

De niet-gereglementeerde subsidie voor de Ouderenweek, het Ouderenparlement en de werkingskosten evolueerde naar een jaarlijkse convenantsubsidie. Op 2 september 2005 werd de vzw Vlaams Ouderen Overleg Komitee (OOK) erkend als Vlaamse Ouderenraad in uitvoering van het decreet houdende de stimulering van een inclusief Vlaams ouderenbeleid en de beleidsparticipatie van ouderen. Als Vlaamse Ouderenraad kreeg de organisatie daardoor zijn huidige rol als formeel adviesorgaan voor het Vlaamse ouderenbeleid. Toenmalig Vlaams minister van Welzijn Inge Vervotte, de jongste Vlaams minister tot dan toe, stelde de eerste Vlaamse Ouderenraad officieel aan.

 

Tussen de Vlaamse Regering en de Vlaamse Ouderenraad wordt als gevolg daarvan elke vijf jaar een beheersovereenkomst afgesloten met als hoofdopdracht de adviesverlening aan de Vlaamse regering.

 

Sinds 2017 heeft de Vlaamse Ouderenraad zijn secretariaat in de Broekstraat 49-53 in Brussel.