De Vlaamse Ouderenraad vond het hoog tijd om een advies over het thema levenseinde te publiceren. Het doel? Een breed en genuanceerd perspectief bieden, prioriteiten durven benoemen en ook dit taboethema op de beleidsagenda blijven zetten. Aan de hand van vijf speerpunten nemen we je mee in ons advies.
1/ Autonomie en eigen regie
Ouderen willen de dirigent blijven van hun eigen leven, ook in de laatste fase. Ze willen zelf medische keuzes maken, maar ook kiezen welke activiteiten of momenten betekenis geven aan de laatste levensfase. En ze willen kiezen waar ze willen sterven. Het is een mensenrecht om zelf die beslissingen te maken. Toch botsen velen daar vaak op grenzen, zoals afhankelijkheid van anderen, taalbarrières, gezondheidsproblemen of een gebrek aan informatie.
Het is nog onvoldoende duidelijk wie vandaag autonomie kan mogelijk maken en bewaken, zeker bij personen die hun eigen noden en wensen niet meer goed kunnen aangeven. Dat moet duidelijker geformuleerd worden. Daarom is er nood aan duidelijke en toegankelijke informatie over het levenseinde.
2/ Vroegtijdige of voorafgaande zorgplanning
Een belangrijke manier om je eigen autonomie in handen te houden, is het op tijd aangeven welke zorg, ondersteuning en behandelingen je in je laatste levensfase nog wenst – of juist niet. Dat gebeurt nu vaak te laat of helemaal niet. We moeten evolueren naar een cultuur waarin vroegtijdige of voorafgaande zorgplanning (VZP) normaal en toegankelijk is. Als een vanzelfsprekend onderdeel van welzijn, zorg en leven.
VZP helpt om je waarden, wensen en prioriteiten voor je toekomstige zorg en behandelingen tijdig te benoemen en kenbaar te maken. Op die manier moeten moeilijke beslissingen, die zich later – vaak in crisissituaties – kunnen voordoen, niet onder (tijds)druk en zonder overleg worden genomen.
Door die zaken tijdig vast te leggen, creëer je mogelijks rust voor jezelf en helderheid voor betrokkenen én zorg je voor een betere kwaliteit van leven. Zo’n vroegtijdige zorgplanning werkt ook preventief: het doorbreekt taboes, want het maakt palliatieve zorg en het levenseinde bespreekbaar en voorkomt overbodige medische interventies die je levenskwaliteit niet verbeteren.
3/ Professionals én mantelzorgers
Signalen van palliatieve noden worden niet altijd herkend. Zowel professionals, als naasten en medebewoners ontbreken vaak de kennis en nodige tools om tekenen op te merken. Daarom is het volgens de Vlaamse Ouderenraad belangrijk dat de juiste informatie en ondersteunende instrumenten voor iedereen beschikbaar zijn.
Op dit moment besteden opleidingen nog te weinig aandacht aan palliatieve competenties bij (toekomstige) professionals. De Vlaamse Ouderenraad pleit er daarom voor om palliatieve zorg verder te verankeren in basisopleidingen, zoals in de opleiding verpleegkunde. Maar gespecialiseerde opleidingen blijven cruciaal om voldoende expertise verder uit te bouwen.
Mantelzorgers spelen ook een cruciale rol, maar worden nog onvoldoende erkend als volwaardige partner in dit proces. Hun unieke positie als ‘kenner van de zorgvrager’ wordt onvoldoende benut. Ook daar zijn nog stappen te zetten. En professionals dienen de nodige tijd en middelen te krijgen om mantelzorgers die ondersteuning te bieden.
4/ Sterven als sociaal proces
Sterven is heel erg geprofessionaliseerd en gemedicaliseerd. Dood en sterven zijn doorheen de tijd steeds meer een technische uitdaging voor medische professionals geworden en steeds meer geïsoleerd geraakt uit het gewone, dagelijkse leven. Sterven is echter niet alleen een medische gebeurtenis, maar ook een sociaal en existentieel proces. Als Vlaamse Ouderenraad zijn we van mening dat rouw en verlies expliciet erkend moeten worden als gezondheidsthema’s.
Familie, buren en vrienden spelen een sleutelrol in dat proces, maar hebben vaak ondersteuning nodig om met verlies om te gaan en de juiste woorden te vinden. Daarom vragen we een maatschappelijke herwaardering van rituelen en een normalisering van het sterven, zodat levenseinde niet langer een taboe is.
5/ Verbreding van de euthanasiewetgeving
Als we de kranten openslaan, dan is het maatschappelijke debat over levenseinde vaak te eng en juridisch gefocust. Wij pleiten voor nuance in dat debat, met meer aandacht voor diversiteit, onder andere in gender, cultuur, migratieachtergrond en levensbeschouwing. Inclusieve palliatieve zorg en rouwzorg zijn essentieel om iedereen een waardig levenseinde te bieden.
In het debat rond levenseinde vragen actuele thema’s zoals euthanasie bij verworven wilsonbekwaamheid en levensmoeheid veel zorgvuldigheid. Ook daar hebben we dus aandacht voor in ons advies.
We pleiten bijvoorbeeld expliciet voor een verbreding van de huidige wetgeving rond euthanasie bij verworven wilsonbekwaamheid. En wat betreft euthanasie bij levensmoeheid: dat mag wettelijk niet in België, maar ook daar stelt zich de vraag of een versoepeling nodig is.
Meer weten?
Lees hier een interview met onze voorzitter Magda De Meyer, over het thema.