Meerjarenbegroting federale overheid: Duidelijk toekomstperspectief voor veel ouderen een illusie

Meerjarenbegroting federale overheid: Duidelijk toekomstperspectief voor veel ouderen een illusie

Meerjarenbegroting federale overheid: Duidelijk toekomstperspectief voor veel ouderen een illusie

begroting

Ook ouderen hebben recht op een duidelijk toekomstperspectief en een beleid dat hen een actief en kwaliteitsvol leven garandeert. Vanuit die insteken analyseerde de Vlaamse Ouderenraad de meerjarenbegroting van de federale overheid. Conclusie? De koopkracht van oudere personen moet het alweer ontgelden, waardoor dat recht voor velen een illusie is.

Aantasting van koopkracht

De impact op ouderen is in de eerste plaats zeer duidelijk bij de besparingen en de accijns- en prijsverhogingen. Terwijl werknemers pas vanaf 4.000 euro bruto onder de centenindex vallen, geldt die drempel voor gepensioneerden al vanaf 2.000 euro bruto. Deze maatregel zal maximaal twee keer worden ingeroepen tijdens deze regeerperiode: een keer in 2026 en een keer in 2028. Hiermee wordt een groot deel van de gepensioneerden getroffen. Nochtans wordt ook voor hen het leven steeds duurder en zijn zij vaak niet de sterkste schouders die de zwaarste lasten kunnen dragen. 

Ook de aangekondigde hogere gas- en stookolieprijzen treffen veel ouderen en zullen in steeds meer huishoudens tot kopzorgen leiden. De heffingen op elektriciteit verminderen is een goede zaak, maar vandaag wordt nog steeds 75% van het aantal woningen verwarmd met gas. 

De premier kondigde een lastenverlaging aan voor gepensioneerden die nog “actief willen blijven” op de arbeidsmarkt. De Vlaamse Ouderenraad vreest dat dit, door de aantasting van hun koopkracht, voor steeds meer ouderen geen kwestie van willen is, maar een kwestie van moeten wordt.

Impact op de gezondheidszorg

De Vlaamse Ouderenraad is ook bezorgd over de beslissing om de groeinorm voor de kosten van de gezondheidszorg in 2026 met een halve procent terug te schroeven. De groeinorm wordt berekend op basis van de vergrijzing, bevolkingsgroei en medische innovaties. Deze geeft aan hoeveel extra investering noodzakelijk is om de stijgende kosten voor de gezondheidszorg te dekken. 

We maken ons zorgen over de betaalbaarheid van de zorg voor ouderen: zo zal onder meer het remgeld al stijgen. Tegelijk stellen we ons ook vragen over de beschikbaarheid en de kwaliteit van de zorg. Wie zorg nodig heeft, wordt nu al geconfronteerd met overbelaste huisartsenpraktijken, lange wachttijden op de spoeddienst, lange wachtlijsten voor consultaties bij specialisten of een te haastig ontslag uit het ziekenhuis, met vaak heropname als gevolg en onvoldoende tijd om de nodige thuiszorg te regelen. Deze besparing via de groeinorm staat dus net haaks op de nodige investeringen.

Ouderen zijn geen bezuinigingspost

De premier liet tussen de lijnen door duidelijk uitschijnen dat deze besparingsronde niet de laatste is van deze federale regering. Voor de Vlaamse Ouderenraad is het helder dat ouderen en hun koopkracht niet bij elke nieuwe besparingsronde als bezuinigingspost kunnen worden ingezet, maar dat er keuzes moeten worden gemaakt die een actief en kwaliteitsvol leven mogelijk maken.

Het foute uitgangspunt

Er is iets grondig fout aan de invalshoek van waaruit onze beleidsmakers – federaal, maar even goed ook Vlaams – naar oudere personen kijken. In het bijzonder wanneer het gaat over discussies rond kosten en uitgaven. Dan wordt er telkens gesproken over de gigantische uitdagingen die gepaard gaan met de vergrijzing van de samenleving. En over de oplopende kosten voor pensioenen en gezondheidszorg, en dat daar toch iets aan moet worden gedaan. Met de boodschap: “Voor de toekomst van onze kinderen en kleinkinderen en om een perspectief te bieden aan de gezinnen en de werkende middenklasse.” In deze State of the Union werd dat narratief opnieuw gehanteerd. Maar welk perspectief krijgen ouderen zelf nog geboden? 

Het credo van de regering is dat elk zijn deel moet doen, maar de beleidsmakers lijken te vergeten dat de ouderen gisteren nog de formele arbeidsmarkt draaiende hielden en naar vermogen bijdroegen. Bovendien vergeten ze dat ouderen vandaag talrijke informele engagementen opnemen die sociaal én economisch onbetaalbaar zijn. Zonder de inzet van ouderen, als mantelzorger, kinderoppas of vrijwilliger valt onze samenleving in duigen. 

Hoewel ze erg actief zijn, lijkt de regering dit enkel te erkennen bij ouderen die nog professioneel of op de arbeidsmarkt actief zijn. Het wordt dus grondig tijd dat er in de retoriek over ouderen rekening wordt gehouden met de verschillende manieren waarop ouderen actief zijn. En dat er bij begrotingsbesprekingen ook gedacht wordt aan garanties voor oudere personen om een actief en kwaliteitsvol leven te kunnen verderzetten. 

Toegevoegd op 4 december 2025