Tegen 2040 zal zo’n kwart van de Vlamingen ouder zijn dan 60 jaar. Toch houden de recente beleidskeuzes in Vlaanderen weinig rekening met deze groeiende groep. De Vlaamse Ouderenraad zag tijdens de Septemberverklaring van 2025 opvallende besparingen die oudere generaties treft. Onder het mom van begrotingsdiscipline en investeringen in de toekomst, komt hun levenskwaliteit ontegensprekelijk onder druk te staan.
Over heel wat zaken is er nog onduidelijkheid en de informatie bereikt ons maar met mondjesmaat. Maar de Vlaamse Ouderenraad is, op basis van wat nu al bekend is, zeer teleurgesteld in deze begroting en in de ambities van de Vlaamse Regering. We roepen beleidsmakers op om dringend werk te maken van een duidelijk en domeinoverschrijdend beleid voor de lange termijn. Want ook, en zeker, in woelige tijden moet kwaliteitsvol ouder worden een prioriteit zijn.
Woelige tijden vragen om een duidelijke en toekomstgerichte koers
We leven in woelige tijden die gepaard gaan met veel onzekerheid. Een schip in woelige wateren heeft net nood aan een duidelijke koers die vertrouwen inboezemt. Diezelfde langetermijnvisie verwacht wij ook van onze beleidsmakers. Mensen – ook ouderen – maken zich zorgen: over hun koopkracht, hun welzijn, en over hoe hun oude dag eruit zal zien.
In een context waarin we internationaal geconfronteerd worden met grote uitdagingen, is het belangrijk dat het Vlaamse beleid rust en houvast biedt. Niet met extra druk of onzekerheid, maar met maatregelen die vertrouwen geven en mensen het gevoel geven dat ze er niet alleen voor staan.
De Vlaamse Ouderenraad verwacht dat ook in de komende begrotingsbesprekingen opnieuw een kerntakendebat zal worden gevoerd. We vragen de Vlaamse Regering om dan niet te kiezen voor het schrappen van middelen die op korte termijn misschien een budgettair voordeel opleveren, maar op de lange termijn nefast zijn voor het welzijn van de Vlaamse bevolking – in het bijzonder van oudere personen in Vlaanderen.
Maak van kwaliteitsvol ouder worden geen illusie
In eerste instantie vallen de besparingen in welzijn en zorg op, zoals in woonzorgcentra. Zo wil de Vlaamse regering 30 miljoen euro besparen op de basistegemoetkoming voor zorg (BTZ) van elk woonzorgcentrum. Die vermindering van hun werkingsmiddelen, kan de bewoners opnieuw confronteren met een verhoging van de dagprijs of met een minder kwalitatieve dienstverlening.
Bovendien gaat er 20 miljoen euro minder naar zorginfrastructuur én 30 miljoen euro minder naar de gezinszorg. De Vlaamse Regering bevriest de middelen die ze daarvoor in de toekomst voorzien had. Mogelijks zullen ouderen daardoor niet langer in hun vertrouwde omgeving kwalitatief ouder kunnen worden. Voor ouderen met een zorgnood die thuis niet de nodige ondersteuning kunnen krijgen, zal een verhuis naar het woonzorgcentrum sneller noodzakelijk zijn. Echter, wanneer daar bespaard wordt op zorginfrastructuur, de programmatiestop in de woonzorg nog verder aanhoudt, er geen sluitend zorgprognosemodel (een inschatting van het aantal mensen dat in de toekomst diverse vormen van zorg zal nodig hebben) wordt opgemaakt, en bovendien de werkingsmiddelen van de woonzorgcentra omlaag gaan, dan stellen wij ons als Vlaamse Ouderenraad de vraag of woonzorgcentra in de nabije toekomst nog betaalbaar zullen zijn.
Toch woont slechts 5% van de Vlaamse ouderen in een woonzorgcentum. Het belang van ondersteuning en zorg die ‘thuis’ geboden wordt, mag absoluut niet onderschat worden. Het zorgt ervoor dat ouderen kunnen blijven wonen in hun eigen vertrouwde omgeving. En dat op een kwaliteitsvolle manier. Het schrappen van 30 miljoen euro in de gezinszorg is daarom op z’n minst uiterst opvallend te noemen. De impact op ouderen, die zich al in een kwetsbare positie bevinden, zal ongezien zijn. En ook hun mantelzorgers zullen hier gevolgen van ondervinden, onder meer op hun draagkracht.
We betreuren bovendien de beslissing om de subsidies van VIVEL, het Vlaams Instituut voor de Eerste Lijn, met 50% te verminderen. VIVEL speelt een cruciale rol in de ondersteuning van zorgraden en zorgaanbieders, zodat zij efficiënt kunnen inspelen op de noden van kwetsbare personen én hun omgeving en mantelzorger. Deze beslissing dreigt de broodnodige zorgtransitie te verzwakken en verdient een heroverweging.
Stem zorgbudgetten af op toenemende zorgvragen
Er wordt enerzijds beleidsmatig vastgehouden aan het principe van ‘ageing in place’ – het zo lang mogelijk thuis blijven wonen, al dan niet met ondersteuning - maar anderzijds worden noodzakelijke middelen voor deze ondersteuning sterk afgebouwd. En dat terwijl de zorgvragen toenemen en de vergrijzing versnelt.
Het zorgbudget - een maandelijkse tegemoetkoming voor mensen die extra zorg nodig hebben, zoals bewoners van woonzorgcentra - moet daar deels aan tegemoetkomen. Om dat te financieren, betalen we allemaal een zorgpremie. Die verhoogt nu van 64 naar 100 euro per persoon. Mensen die een verhoogde tegemoetkoming krijgen worden daarbij terecht ontzien. Maar het is onbegrijpelijk dat de sterke stijging van de zorgpremie niet gepaard gaat met een verhoging van het zorgbudget. Hoewel de zorgpremie net bedoeld is om mensen met speciale zorgnoden financieel te ondersteunen, zullen de inkomsten ervan in 2026 niet gebruikt voor zorg en welzijn, maar om andere financiële gaten in de begroting te dichten.
De Vlaamse Ouderenraad is van mening dat het draagvlak voor de premie, dat gestoeld is op solidariteit, aangetast wordt. Bovendien biedt de Vlaamse Regering geen garanties voor na 2026. Zal de zorgpremie dan opnieuw ingezet worden waarvoor ze bedoeld is? Daar vragen wij heldere garanties voor.
Bied begeleiding bij de renovaties en woningaanpassingen
Voor wat betreft het woonpatrimonium, mist de Vlaamse Ouderenraad een wervend verhaal. Hoe zal de Vlaamse overheid de klimaatambities van 2050 waarmaken én hoe zal ze ook ouderen ontzorgen om alsnog de renovaties aan te vatten of ten minste na te denken over hun woonsituatie? Besparen op renovatie- en energiesubsidies, heeft namelijk heel wat onvoorziene bredere gevolgen.
Er zijn zeker argumenten om enkel nog mensen in de ‘laagste inkomenscategorie’ een verbouwpremie en -lening te bieden. Maar ook voor zij die daar geen beroep meer op kunnen doen, is het belangrijk dat er toegankelijke info, advies en begeleiding voorzien wordt, in het bijzonder voor oudere eigenaars. Ook over andere opties dan verbouwen, hebben zij ondersteuning nodig. In het kader van de bouwshift, waarbij werd afgesproken dat er geen open ruimte meer wordt bebouwd in Vlaanderen, is het zinvol om eigenaars die een VerbouwPremie aanvragen ook breder te informeren over àlle andere woonmogelijkheden. Denk daarbij aan verdichting, opsplitsing of kleinschalige woonprojecten voor ouderen. Zo wordt niet enkel energetisch, maar ook ruimtelijk nagedacht over de toekomst van de woning. Bovendien is dat een kans om over beleidsdomeinen heen samen te werken.
Ook blijkt – nadat er reacties kwamen op het wegvallen van verbouwpremies voor de andere inkomenscategorieën - dat er nagedacht wordt over de versoepeling van de renovatieverplichting. Die renovatieverplichting werd in 2023 ingevoerd en amper een jaar geleden al fors versoepeld. Aanvankelijk moesten kopers van een energieverslindende woning met een EPC-label E of F binnen vijf jaar renoveren tot label D. Nog meer versoepelen raakt aan onze klimaatambities voor 2050. Bovendien hypothekeert het enerzijds toekomstige generaties en anderzijds zorgt het op korte termijn voor hogere energiefacturen.
Stimuleer actieve participatie aan de maatschappij
De koopkracht van oudere personen in Vlaanderen werd de laatste jaren al danig op de proef gesteld. Onder andere tariefverhogingen bij het openbaar vervoer en prijsstijgingen in het volwassenenonderwijs verhoogden de drempel voor wie actief en betrokken wil blijven in zijn omgeving.
Nu er opnieuw 30 miljoen wordt bespaard op het budget van De Lijn, zal dit ongetwijfeld weer een zware impact hebben op het aanbod en de dienstverlening bij bussen en trams. Studies geven aan dat 93% van de mensen die de bus gebruiken, ook effectief afhankelijk is van dat openbaar vervoer. Ouderen die minder goed ter been zijn en voor wie de fiets of de auto – en dus ook de deelsystemen – geen optie zijn, hebben geen alternatief. Zo dreigen mensen in vervoersarmoede terecht te komen, wat hun participatie aan de samenleving ondermijnt en isolatie dreigt te vergroten.
Grijp kansen op het vlak van waardering en solidariteit
In plaats van erkenning voor hun decennialange bijdrage aan onze huidige Vlaamse welvaart of erkenning voor de vele maatschappelijke rollen die ouderen opnemen, krijgen zij nu te maken met maatregelen die hun levenskwaliteit onder druk zetten.
Dat voelt voor velen als een gemiste kans op waardering en solidariteit. Ouderen verdienen geen marginale rol in het Vlaanderen van morgen, maar een volwaardige plaats, met beleid dat hen ondersteunt in plaats van uitsluit.